
Het was elf september 2001: 9/11. In de Verenigde Staten was 9-1-1 het winnende nummer in de New York State Lottery, toen dezelfde middag twee vliegtuigen zich in de Twin Towers boorden. Dit is geen grap. Het is echt gebeurd. Het lijkt een ongelooflijk toeval - en dat was het ook.
In het algemeen is het eigenlijk juist gekker als er een dag niets geks gebeurt. Twee keer de loterij winnen lijkt onmogelijk, maar het gebeurt wel. Het is de wet van Murphy.
Murphy was geen wetenschapper; Murphy was een vliegtuigmonteur. Zijn credo was, dat als hij ergens een schroefje vergat, het uiteindelijk met dat schroefje wel een keer mis moest gaan - als een vliegtuig met zo'n los schroefje maar genoeg vlieguren maakt, stort het toch echt een keer neer. Hij kon zich dus geen fouten veroorloven. Als een loterij maar vaak genoeg plaats vindt, wint iemand hem dus ooit wel eens twee keer.
Dit soort toeval wil er bij veel mensen niet in. Onze intuïtie heeft namelijk de neiging om onwaarschijnlijke dingen in een logisch kader te willen plaatsen. We zoeken naar patronen. We willen niet geloven dat er dingen zijn die zich niet gedragen volgens een vastomlijnd plan. Er gebeuren toch echt hele gekke dingen, soms. Neem nou Pi. Het getal Pi wordt vaak gebruikt om random getallen te genereren. Mijn verjaardagsdatum staat er toevallig wel in. De getallen 081174 staan op positie 1568346, geteld vanaf de eerste decimaal achter de komma. Ik kan u garanderen dat die van u er ook in staat.
Om vooraf een zeldzame gebeurtenis te voorspellen is vrijwel onmogelijk. Dat er op korte termijn een spectaculaire, onwaarschijnlijke gebeurtenis aan zit te komen is wel praktisch zeker. Het feit dat de aard van de verrassing niet te voorspellen is, geeft al aan dat er niet altijd patronen zijn. We denken ze vaak toch te zien. Het heeft onder andere te maken met de zichtbaarheid van extreem toeval. Als iemand twee keer de loterij wint, staat dat in de krant. Als de Postcodeloterij aan een straat miljoenen uitkeert, komt dat op televisie - en niemand gaat kijken bij de vijf miljoen gezinnen die niets hebben gewonnen. Eens in de zoveel jaar stort er eens met een donderende klap een vliegtuig neer. Er vallen dan een paar honderd doden, en alles is live op televisie te volgen. Ieder jaar sneuvelen er in Nederland zo'n 1200 anonieme mensen door auto-ongelukken. Het gevolg van dit soort dingen is dat we gevoelsmatig de kans op winnen in de loterij schromelijk overschatten, en het risico van autorijden verwaarlozen.
Een it-manager moet op een dagelijkse basis toekomstige dimensies interpreteren van bijvoorbeeld tijd, kosten en functionaliteit. Dat is minder makkelijk dan het lijkt. Onze neiging om patronen te zien, ligt danig in de weg.
Stelt u zich eens voor dat u aan, zeg, een herenboer te tijde van Karel de Grote (742-814 AD) moet uitleggen dat het schriftelijk vastleggen van kennis een van de belangrijkste vereisten zal worden voor technologische vooruitgang in het algemeen. Hij zal u waarschijnlijk uitlachen. Ten eerste weet tenslotte iedereen dat boeken brandbaar zijn, en ten tweede kun je natuurlijk gewoon alle benodigde dagelijkse kennis onthouden.
Tijdreizen komt niet zo vaak voor, voor zover ik weet. Een vergelijkbare situatie vindt echter wel iedere dag plaats. In de wereld van bits en bytes is iedereen een herenboer van meer dan duizend jaar geleden. Wat vorig jaar 'grote file' was, haalt u dit jaar in een vloek en een zucht binnen over de nieuwe breedbandverbinding. Wat twee jaar geleden een snelle computer was, is in 2005 een machine die hooguit geschikt is als Word-processor voor uw kleine nichtje.
Een manager die moet beslissen over de aanschaf van bijvoorbeeld nieuwe hardware of dat stukje maatwerk software, baseert zich altijd op de kennis van nu. De beslissing wordt echter genomen om problemen in de toekomst op te lossen. Daar zit dus het herenboerprobleem. Onze intuïtie gaat uit van een logisch patroon om de beslissing te nemen. Het patroon van vandaag is alleen niet het patroon van morgen. Daar zit het toeval in de weg.
Ons gebrek aan voorstellingsvermogen blijft een onoplosbaar probleem. Technische en functionele ontwikkelingen gaan steeds sneller. Patronen van vandaag lijken steeds minder op die van morgen. Het herenboerprobleem wordt dus groter en groter. Het enige wat een manager nog kan doen, is niet te ver vooruit proberen te denken. Van 'vijfjarenplannen' is niets goeds te verwachten. Probeer dus door in veel kortere iteraties te werken het aantal mogelijke losse schroefjes te beperken, of Murphy haalt u in - met een donderende klap.